Over ons

‘Groei in balans’ is een samenwerkingsverband van Agriton, Agro-Sud, Agro-Vital, Hoogland en Ten Brinke. Het gaat om kennis en kosten te delen van het gezamenlijke onderzoek op het terrein van bemesting in akkerbouw en veehouderij. Doel is minimaal dezelfde opbrengst met evenveel of minder kunstmest.

Onderzoek is nodig om middelen en producten onderling te vergelijken, maar ook om te bekijken hoe je die producten vervolgens het beste kunt inzetten en wat de optimale hoeveelheid is die moet worden gebruikt. Het gaat hier ook om veranderde inzichten en verbeterde toepassingen. We willen besparen waar dat mogelijk is.

Minder meststoffen: zelfde effect.

Neem het volgende voorbeeld: In pootaardappelen was 70 kilo fosfaat per hectare de normaalste zaak van de wereld. Nu blijkt dat 15 kilo hetzelfde effect kan opleveren. Voor kali geld hetzelfde. Waar men voorheen 330kg per hectare verstrekte kan men nu hetzelfde bereiken met de helft van die hoeveelheid.

Ieder jaar worden er proeven uitgezet om verschillende toepassingen te vergelijken. Met verschillende meststoffen op verschillende grondsoorten  en onder verschillende omstandigheden. Waarom? ‘ Om boeren goed en betrouwbaar advies te kunnen geven’ Daarvoor heb je onafhankelijk onderzoek nodig.

Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar bemesting op grasland. Het gaat met name om EfficieNt 28, de vloeibare stikstofmest op basis van ureum, om Bladkali TS, om Humostart en om P-focus. Doel is met andere meststofvarianten betere gewaskwaliteit te bereiken. En om het verschil in resultaat tussen ureum en ammoniak te ontdekken.

In pootaardappelen in Friesland, Noordoostpolder en zeeland wordt gekeken naar het effect van vloeibare mesten granulaat, in rijen of volvelds of rechtstreeks op de knol. In uien in de Noordoostpolder lopen proeven met bemesting en fosfaatgebruik. Soortgelijke proeven worden opgezet voor wortelen, lelies en tulpen.

Strokenproeven

De proeven worden uitgevoerd door onderzoeksinstituten in opdracht van de samenwerking ‘Groei in balans’. Waar de drie partners graag vanaf willen zijn de zogenoemde blokkenproeven. Daarbij liggen de proefveldjes verspreid over het perceel en daar wordt soms 3, 4 keer overheen gereden. Liever willen de ‘Groei in balans’- bedrijven voor sommige gewassen strokenproeven. Dan wordt het negatieve effect van structuurbederf door het gewicht van trekkers en machines voorkomen.

De aangesloten leden kunnen meerdere redenen bedenken waarom het aanleggen van proefvelden noodzaak is. ‘Dan kunnen we objectief aantonen dat onze producten daadwerkelijk doen wat we beloven. Dat kan namelijk niet iedereen zeggen die in deze markt actief is. De verhalen zijn soms positiever dan de praktijk uitwijst.’